In 2016 schreef ik een stuk over de familie van Hoorn Het bleek een zeer Utrechtse familie te zijn. De oudst gevonden voorouder was de in Utrecht geboren Leendert Jans. Hij voerde aanvankelijk nog niet de familienaam van Hoorn. In 1626 trouwde hij in de Utrechtse Domkerk met de uit Veenendaal afkomstige Dirckjen Dirx, die toen in de Utrechtse (Lange) Nieuwstraat woonde.

Ze kregen 5 of 6 kinderen, waarvan er drie volwassen werden: een dochter Catharina (gedoopt 31 augustus 1628 inde Nicolaikerk en later getrouwd met Thomas Machorie) en twee zonen : Jan Leenderts (gedoopt op 16 november 1632 in de Nicolaikerk) en Dirck Leenderts (gedoopt op 14 juli 1640 in de Catharijnekerk) .
Over Jan en Dirck was in de archieven het een en ander te vinden, en in het vorige blok was al te lezen dat ze eigenaars-beheerders waren van het ‘verbeterhuis’ , de ‘Vurige Colom’ geheten. (ook wel “Virige Colom” geheten). Verbeterhuizen waren particuliere huizen waar mensen werden opgenomen die een probleem vormden voor zichzelf en/of hun omgeving. Meestal zaten ze daar niet vrijwillig. De ‘Vurige Colom’ was een eeuwen oud bestaand huis, dat verbonden was aan het ‘Dolhuis’ (inrichting voor opvang van geesteszieken, het latere psychiatrische ziekenhuis ‘de Willem Arntsz Stichting’). Dat Dolhuis was gevestigd op het St. Nicolaaskerkhof. Er was een hoofdgebouw met zes dolhuisjes voor de patiënten, waar eerst voor zes en later voor een toenemend aantal lijders plaats was. In 1659 waren er al 45 bewoners. In elk dolhuisje stonden kribben om te slapen, met stro op de vloer en een poepdoos. De ramen waren vergrendeld en soms was de patiënt geboeid.

Hoe de ‘Vurige Colom’ ontstaan is en wanneer is onbekend. In 1664 kocht Jan Leenderts van Hoorn een huis aan de westzijde van de Lange Nieuwstraat en hiervoor kreeg hij een lening van het bestuur van het Dolhuis. In de documenten staat dan geen naam van het huis genoemd, maar in latere documenten blijken zijn erfgenamen in het bezit te zijn van het huis de ‘Vurige Colom’. De naam verwijst naar de vuurkolom die ’s nachts voor het volk Israël uitging bij de uittocht uit Egypte (Bijbelboek Exodus 13:21-22 21 “De Here ging voor hen uit, des daags in een wolkkolom om hen te leiden op de weg, en des nachts in een vuurkolom om hun voor te lichten”).
Jan Leenderts kreeg niet zomaar een hypotheek van het bestuur van het Dolhuis: hij was daar in dienst als opzichter. Tegenwoordig zou dat ‘psychiatrisch verplegende’ zijn, in die tijd werden de ‘dolle luiden’ totaal anders behandeld. Jan moest de verpleegden: “verleggen, verschonen, en visiteren omme met smeren ende anders haar behulpich te wesen” . Als je bedenkt dat sommige van deze mensen door gebrek aan goede behandeling of juist door averechtse behandeling of geseling letterlijk razend geweest zullen zijn, stellen we hem voor als een grote, potige man.
De regenten besluiten hem in 1662 voor deze werkzaamheden maar ook ook voor zijn andere (“extraordinaris”) werkzaamheden jaarlijks 150 gulden te betalen. Dat was een vorstelijk bedrag- als je bedenkt dat hij twee jaar later een huis ( de Vurige Colom?) koopt voor 600 gulden. Daarvoor krijgt hij een lening van het Dolhuis.
Waar die buitengewone werkzaamheden uit bestonden is niet 100% duidelijk. Zo wordt hij erop uit gestuurd om de uit het Dolhuis gevluchte (die Jan met zijn broer Dirk en de knecht nog geprobeerd hadden te achterhalen) en na zijn vlucht vermoorde advocaat Herll te laten begraven . We zien zijn naam verschijnen in notariële akten waarbij van personen gevraagd wordt administratie en ook om een grafstede in de Dom aan hem over te dragen. Mogelijk was hij in dienst als ‘uitmaander’ , een persoon die de betalingen (en waardepapieren?) in ontvangst nam.
Het jaar 1672 werd later ‘het rampjaar’ genoemd: onder aanvoering van Lodewijk XIV van Frankrijk verklaarde in 1672 een coalitie van Engeland, Frankrijk, Münster en Keulen de oorlog aan de Republiek. Terwijl Engeland klaar lag met een vloot in de Noordzee, trokken de andere drie binnen vanuit het oosten. In het hele land brak paniek uit: het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. In allerijl werd Prins Willem III tot stadhouder en bevelhebber van leger en vloot aangesteld. De stad Utrecht gaf zich in juli 1672 over aan de Fransen.

Lambert De Hondt II: overgave van de stad Utrecht op 30 juni 1672 (overhandiging van de sleutels van de stad aan Lodewijk XIV).
In 1673 keerden de kansen. De waterlinie had zijn waarde bewezen. Willem III kreeg het leger op orde, en wist in het buitenland steeds meer bondgenoten te winnen. Zowel de vloot als het landleger behaalden in de loop van het jaar een paar beslissende overwinningen. Bovendien had Lodewijk XIV zijn legers elders nodig. Eind 1673 verlieten de Fransen de provincie Utrecht,
In deze periode hield de Utrechtse Everhardt Booth -Raad van het Hof van Utrecht- een dagboek bij. Tot twee maal toe wordt Jan Leenderts van Hoorn daarin vermeld:
op 12 mei 1673 “Jan Leendertsen van Hoorn, uyt zeland weder gekomen; hij bracht ons missieve mede van monfrere, dien hij op Loevesteyn gevonden hadde alwaer hij blijft commanderen” en op 24 augustus: “Jan Leendertsz van Hoorn, gekomen van ter Goude , verhaelt dat gister morgen omtrent 6 uren, den prins van Orange hadde ontmoet buyten ter Goude, geleydende ruim 6000 ruyters, nemende haren marsch naer de post te Loosdrecht..”
Jammer genoeg wordt in dit dagboek niet duidelijk door wie Lan Leenderts was gestuurd en naar wie hij op weg was. In de archieven van het Dolhuys is deze periode blanco gebleven. Ongetwijfeld is het een zware tijd geweest- mogelijk waren de verpleegden ‘vrijgelaten’, zodat Jan Leenderts voor anderen diensten kon verrichten?
In de jaren hierna komt hij in meerdere akten voor . Hij tekent de stukken alsvolgt:

In 1680 gaat het kennelijk slecht met hem: hij laat samen met zijn vrouw een testament opmaken om de voogdij van de kinderen te regelen, waar bij o.a. zijn broer Dirk tot voogd zal worden benoemd. Eind december overlijdt hij en op 20 december wordt hij begraven in de Geertekerk- met 8 dragers.
Zijn broer Dirk volgt hem in 1681 op als opziender, maar krijgt wel een lager tractement: 100 gulden.

De broers lijken een hechte band gehad te hebben en steeds nauw met elkaar te hebben samengewerkt.
Zijn tractement in 1685 maar voor de helft uitgekeerd en hij krijgt de vermaning dat hij ten alle tijde bij de dollieden present moet zijn. Hij dient het jaar daarop een verzoek tot verhoging van zijn tractement in, maar dat wordt afgewezen. In 1688 zien we echter dat hij 115,- krijgt uitbetaald. Hij houdt deze functie minstens 25 jaar- want bij zijn ambtsjubileum in 1706 krijgt hij een assistent toegewezen. In 1712 komt definitief een einde aan zijn loopbaan en aan zijn leven: hij wordt begraven in de Nicolaeskerk tegenover het Dolhuis.
Dirck was een rechtstreekse voorvader van Harry Johan van Hoorn (1920 Utrecht-2013 Hoogland).






